De legende van Brugse Zot

Het verhaal van de Brugse Zot gaat terug op de middeleeuwse legende rond keizer Maximiliaan van Oostenrijk. Na de dood van zijn echtgenote Maria van Bourgondië, neemt Maximiliaan in 1482 het regentschap van de Nederlanden op zich. De Bruggelingen kunnen zich echter moeilijk vinden in het strikte bewind van hun nieuwe heerser. De belastingen zijn hoog en er heerst een klimaat van onvrede en opstand.

Wanneer Maximiliaan in het voorjaar van 1488 naar Brugge komt om een opstand te onderdrukken, nemen de Bruggelingen hun vorst gevangen. Eenmaal vrijgelaten, neemt Maximiliaan wraak door feesten en jaarmarkten te verbieden. Om hem te bedaren, houden de Bruggelingen in zijn eer een groot feest, waarin ze een bonte stoet uitbundige feestvierders en zotten laten voorbijtrekken. Nadien vragen ze hem toestemming om opnieuw jaarmarkten te houden én een nieuw zothuis te bouwen. Het antwoord van Maximiliaan? ‘Sluit alle poorten van Brugge en je hebt een zothuis!’

Sindsdien is de bijnaam van de Bruggelingen ‘Brugse Zotten’ en komt deze ook meermaals terug in de historiek van de stad. Door het stadsbier ‘Brugse Zot’ te lanceren, herinnert brouwerij De Halve Maan de Bruggelingen met een knipoog aan hun geschiedenis.

Bezoek ook